Agenda en activiteiten Contact en info Sitemap
Maranathakerk.org Rubrieken

Er is altijd hoop bij God

 

Veel mensen geloven in Jezus vanwege zijn wonderen. Het was Nicodemus die zei: 'Rabbi, wij weten dat U een leraar bent die van God gekomen is, want alleen met Gods hulp kan iemand de wondertekenen doen die U verricht' Johannes 3:2. Toch zijn er ook altijd weer mensen die proberen om wonderen op een natuurlijke manier te verklaren. Sommigen geloven dat de zieken niet werkelijk ziek waren, maar alleen maar 'dachten' dat ze ziek waren. Maar het wordt moeilijker te verklaren als Jezus tot drie keer toe ook doden tot leven wekt. Graag wil ik een van deze wonderen eens nader bekijken: de opwekking van de twaalfjarige dochter van Jaïrus (zie Marcus 5:22-43).
Jaïrus is een leider van de synagoge en dus een vooraanstaand man. We mogen aannemen dat de groep waartoe hij behoorde Jezus niet erg welge­zind was. Opmerkelijk is dan ook dat Jaïrus zich er niet voor schaamt om te midden van de mensen knielend voor Jezus neer te vallen en zo zijn meerdere in Hem te erkennen. Zijn dochter is erg ziek en Jaïrus wil alles proberen om zijn kind van de dood te redden. Volgens Lucas 8:42 is zij zijn enige dochter.

Handoplegging

Jaïrus heeft ook al bedacht hoe Jezus het wonder zou moeten verrichten, namelijk door handoplegging. Van twee dingen was Jaïrus heel diep overtuigd: hij wist dat hij hulp nodig had en hij geloofde dat Jezus iets zou kunnen doen voor zijn dochter. Het is heel belangrijk dat je beseft dat je hulp nodig hebt. Zolang je denkt dat je het zelf wel kunt, hoef je ook niet aan te kloppen bij Jezus. Jezus grijpt niet ongevraagd in. Hij zegt wel: 'Ik sta voor de deur en klop aan' (Openbaring 3:20), maar Hij wacht totdat wij de deur opendoen.
Ten tweede had Jaïrus het geloof dat Jezus iets voor zijn dochter zou kun­nen doen. Zijn vraag was zelfs niet of Jezus wilde 'proberen' om zijn doch­ter te genezen. Nee, zijn verwachting is duidelijk: 'Kom haar de handen opleggen om haar te redden (genezen) en te zorgen dat zij in leven blijft.' Dat is geloof!

Jezus gaat mee

Het resultaat van deze twee punten is dat Jezus met hem meegaat zonder verdere vragen te stellen. Misschien had Jezus wel andere plannen voor die dag, maar een gelovig gebed kan zelfs God van gedachten doen ver­anderen.
En terwijl Jezus op weg gaat naar het huis van Jaïrus, verandert de situatie weer doordat een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies lijdt, zijn boven­kleed aanraakt en genezen wordt. Door dit oponthoud lijkt het alsof Jezus nu te laat is om nog wat te doen voor de dochter van Jaïrus. Enkele mensen komen naar Jaïrus toe en zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ Het antwoord van Jezus is: 'Wees niet bang, maar blijf geloven!'

Geen grens

Heerlijk is het om vast te stellen dat er geen grens is aan de macht van Jezus en dat door geloof nog steeds alles mogelijk is. Bij Jezus is niets hopeloos en Hij kent geen onmogelijke situaties.
Hoewel er veel mensen met Jezus zijn meegelopen, neemt Hij alleen Petrus, Johannes en Jakobus met zich mee naar de kamer van het meisje. Wij herinneren ons dat dezelfde drie ook met Hem de berg der verheerlijking op mochten. Zij zijn de discipelen met wie Jezus de nauwste band heeft. In het huis zijn al enige mensen die luid staan te huilen en te weeklagen. Jezus zegt: 'Waarom maken jullie zo'n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.' Ze lachten Hem uit.

Begrip

Uiteraard heeft Jezus begrip voor ons verdriet, en Hij weet dat het verlies van een kind je hart kan breken. In dit geval wil Hij alleen maar aangeven dat er nog geen werkelijke reden tot verdriet is. Er is nog hoop! 'Het kind is niet gestorven, het slaapt.' Jezus gebruikte ditzelfde woord bij Lazarus. Hoewel Lazarus al enige dagen in zijn graf lag, zei Jezus toch: 'Onze vriend Lazarus slaapt' (Johannes 11:11). Nu wordt 'slapen' in de Bijbel vaker gebruikt als aanduiding voor 'dood zijn'. Ook kennen we de uit­drukking 'ontslapen' voor sterven (I Tessalonicenzen 4:13). Dit benadrukt het feit dat de dood niet definitief is. De gestorvenen zullen eens weer opstaan en ontwaken uit hun doodsslaap (Daniël 12:2).

Slapen

De Here Jezus gebruikt de woorden 'zij slaapt', omdat Hij weet dat Hij het meisje straks zal opwekken uit de dood. Ook Hij wist wel dat het meisje echt gestorven was. Het leven was uit haar geweken. Maar als Jezus verschijnt, en Hij is het leven zelf, dan moet de dood wijken.
Jezus stuurt alle mensen die Hem uitlachen, de kamer uit. Hij is niet van plan zijn kracht te demonstreren aan cynische en spottende mensen. De vader en moeder van het meisje en de drie discipelen hadden echter geloof in Jezus en zij mochten het wonder meemaken.
De Here Jezus grijpt de hand van het meisje. Volgens de wet werd iemand door het aanraken van een overledene onrein (Numeri 19:11-22).,maar Jezus heeft daar geen boodschap aan. Zijn kracht is sterker en heft de onreinheid op.
Het resultaat van zijn goddelijke kracht is dat het meisje niet alleen opstaat, maar zelfs gaat rondlopen. Ze is dus niet alleen teruggekeerd in het leven, maar ook genezen van haar ziekte.
Tot slot vraagt Jezus aan de ouders om het meisje te eten te geven. Waarschijnlijk is dat een aansporing om het gewone leven weer te hervat­ten en niet te veel ophef over deze zaak te maken. Bij Jezus blijkt niemand een hopeloos geval te zijn.

                                                                         Overdenking door Richard. Kelly

In de media
Kidscorner
Verdieping
Tieners
Pinkstergemeente Eindhoven Contact    |    Route    |    Sitemap    |    Disclaimer Laatste update: 24-04-2018